terug

De inspectiereis van Johan van Alberdingh

De toestand van de venen in Zuid- en Oost-Drenthe, in het noorden van Overijssel en in het oosten van Groningen in 1681

H.J. Versfelt

In opdracht van de Staten-Generaal werd in 1681 een inspectie uitgevoerd van de toestand van de moerasgordels in het zuiden en oosten van Drenthe en in het oosten van Groningen. Deze veenmoerassen vormden voor Friesland, Groningen en Drenthe een verdedigingslinie tegen vijandelijke aanvallen. Door hun hoge watergehalte waren ze onder normale omstandigheden nauwelijks begaanbaar. De plaatsen waar ze door zandruggen werden doorsneden waren met vestingen en schansen afgesloten.

Op basis van deze inspectie werden door drie ingenieurs voorstellen gedaan tot maatregelen om de moerassen nat, en daarmee onbegaanbaar te houden. Besloten werd het plan van een van hen, Johan van Alberdingh, uit te voeren. Dit plan hield de aanleg van een stelsel van leidijken in, met een lengte van ongeveer 226 kilometer. Ter verduidelijking van zijn voorstellen tekende Van Alberdingh zes kaarten. Drie daarvan tonen het gebied zonder, en drie andere met de door hem voorgestelde leidijken.

Door de auteur en door de heer Wieten is van het voorstel van Van Alberdingh een transcriptie gemaakt. Deze transcriptie is, samen met tot A3 en A4 formaat verkleinde afbeeldingen van de zes door Alberdingh vervaardigde kaarten, in een eenvoudige vorm in een uitgave verwerkt.

Klik op de afbeelding om te vergroten. Wanneer u in de vergroting klikt op het kruis linksboven, wordt er nog verder ingezoomd.

Een van de kaarten van Van Alberding

Een van de kaarten van Van Alberdingh, waarop de volgens zijn voorstel aangelegde leidijken staan aangegeven.